Camilo Cienfuegos

Camilo Cienfuegos (1932 – 1959) wordt geboren op 6
februari 1932 in San Miguel del Padron (een buitenwijk van Havana).
Hij moet jong aan het werk om economische redenen. Hij is vroeg
politiek actief tegen het regime van Batista en wordt in 1956 gewond
tijdens een herdenkingsactie van José Martí. Hij trekt naar de
Verenigde Staten en vervoegt Fidel Castro in Mexico.
Hij neemt deel aan de expeditie van de Granma en aan de eerste kern
van het rebellenleger. Eind 1957 wordt hij kapitein van het
rebellenleger in de colonne van Ernesto Che Guevara. Op 21 augustus
1958 wordt hij commandant en neemt de leiding van de colonne 2 “Antonio
Maceo”, die vanuit de Sierra Maestra naar het westen trekt met als
doelwit de provincie Pinar del Rio.
Hij voert de strijd in het noorden van de provincie Las Villas en
neemt, samen met Che Guevara, de stad Santa Clara in. Daar wacht hij op
Fidel om samen met hem, op 8 januari 1959, Havana binnen te trekken.
Hij wordt de stafchef van het rebellenleger en is ook nauw
betrokken bij de landbouwhervorming. Hij ontmaskert een samenzwering in
Camagüey. Bij een terugvlucht uit deze provincie, op 28 oktober 1959,
verdwijnt zijn vliegtuig in een hevige storm. Vermoedelijk viel het
vliegtuig in zee en Camilo is nooit teruggevonden. Che Guevara gaf zijn
eerste zoon de naam van Camilo.
Hij was een zeer populaire leider in de revolutionaire strijd en
elk jaar op 28 oktober strooien de Cubanen bloemen in zee te zijner
nagedachtenis.