Cuba Si 222 – Vertaling
IN MEMORIAM – JOSÉ GOTOVITCH (1940 – 2024).
Freddy Tack
José Gotovitch werd geboren in Brussel in 1940. Op zijn tweejarige leeftijd ontsnapt hij, samen met zijn moeder en zijn zuster, aan de razzias van de nazis en aan de deportatie naar Dachau. Deze ervaringen zullen in zijn ganse leven sporen nalaten en liggen aan de basis voor de fascinatie en de studies over de Tweede Wereldoorlog. Zij liggen ook aan de bron van zijn politiek engegement en zetten hem aan toe te treden tot de communistische jeugd en later tot de Communistische Partij van België.
Hij studeert geschiedenis en wordt professor aan de ULB (franstalige VUB), directeur van het CegeSoma (Studiecentrum van de Tweede Wereldoorlog), medeoprichter van DACOB-CARCOB (arciefcentrum van het communisme in België, waar ook de bibliotheek van de Vrienden van Cuba is opgenomen). Hij is auteur van talrijke boeken, waaronder « L’an 40 » waarschijnlijk de meest bekende is, gaf tientallen interviews en stelde ontelbare conferenties voor, vooral over de weerstand en over de comministische beweging in België.
Zijn engagement voor Cuba.
In 1960 doet het jonge politiek regime in Cuba een oproep voor een deelname aan een internationale solidariteitsbrigade bij jongcommunisten in de ganse wereld. Negen Belgen nemen deel, met Hugo Benoy als verantwoordelijke van de groep, en o.a. een jonge student : José Gotovitch. Het is de allereerste brigade waaraan Belgen deelnemen. In juli en augustus 1960 werken zij aan de opbouw in de Sierra Maestra van de « Ciudad Escolar Camilo Cienfuegos ».
Onze innige deelneming aan zijn familie en talrijke vrienden.
* * *
HISTORIA
GINO DONÉ PARO, DE ENIGE EUROPEAAN DIE DEEL UITMAAKTE VAN DE EXPEDITIE VAN DE GRANMA.
Freddy Tack
Eind november, bij het overlopen van de Cubaanse pers, wordt mijn aandacht getroffen door een titel en mijn nieuwsgierigheid opgewekt. De Nationale Vriendschapsvereniging Italië-Cuba (Anaic) kondigt aan dat ze de organisatie zal opnemen van de transfer naar Cuba van de asse van Gino Doné Paro, de enige Europeaan die deelnam aan de expeditie van de Granma.
Op 2 december wordt de asse neergelegd op het Pantheon van de Strijders van de Cubaanse Revolutie, in Havana, in de begraafplaats Colón.
Maar wie was Gino Doné en hoe raakte hij betrokken bij de historische ontscheping van de Granma om Cuba te bevrijden van de diktatuur van Batista ?
De jeugd.
Gino Doné Paro wordt geboren op 18 mei 1924 in San Bagio di Callata (Venetië, provincie Trevisa). Zijn vader is een antifascistische landbouwarbeider, en zijn moeder een geschoolde boerin, proletarisch en atheïstisch. Zijn broer moest zich verschuilen in Frankrijk wegens zijn antifascistische overtuigingen en kon slechts terugkeren in zijn land na de bevrijding van Venetië door de geallieerde troepen.
Gino volgt de lagere school in San Doná, maar heeft de secundaire cyclus niet gevolgd. Later zal hij cursussen volgen per briefwisseling over Commerciële Cultuur en een opleiding van barhouder.
De partisanenstrijd in Italië.
In 1943 neemt Gino deel aan de gewapende strijd tegen de nazis. Hij is toen in contact met de Engelse en Amerikaanse geheime diensten. Hij krijgt een opleiding voor het gebruik van explosieven, als chauffeur voor zware voertuigen, het gebruik van lichte artillerie en piloot van ontschepingsvaartuigen. Hij neemt ook deel aan de redding van geallieerde piloten, in de regio neergeschoten, en begeleid ze tot in Yougoslavië.
Gevangen genomen door de Duitsers slaagt hij erin te ontsnappen einde 1945. Hij blijft dan in Italië tot eind 1946. Zonder werk na de oorlog zoekt hij een job een beetje overal in Europa. Hij is schilder in Duitsland, chauffeur van bulldozers in Frankrijk, mijnwerker in België, havenarbeider in Nederland, maar geen enkele van die jobs bevalt hem.
Aankomst in Cuba.
Op een dag in 1949 raakt hij stiekem aan boord van het schip Sibilla. Ontdekt door de kapitein wordt hij achtergelaten in Mexico. Vandaar trekt hij naar Canada waar hij twee jaar verblijft, alvorens een schip te nemen naar Cuba, waar hij ontscheept in de haven van Manzanillo in 1951, en van waaruit hij naar Havana gaat. Hij werkt er als timmerman en neemt deel aan de werken van de Plaza Civica (vandaag Plaza de la Revolución), o.a. voor de funderingen van het standbeeld van José Martí. Hij woont nabij de universiteit van Havana en neemt regelmatig deel aan de vergaderingen en betogingen van de studenten op de trappen van de universiteit.
De Orthodoxe Partij.
Hij ontmoet Marconi, een Cubaans-Argentijns ingenieur. Deze is op de hoogte van zijn kennis in explosieven en hij werft hem aan voor de bouw van de baan Cienfuegos-Trinidad als bulldozer chauffeur voor de bouw van bruggen op deze baan.
In 1952 ontmoet hij Olga Norma Turiño Guerra, jong lid van de Orthodoxe Partij, met wie hij trouwt in 1953. Zijn echtgenote was een trouwe vriendin van Aleida March en na de aanval op de Moncada kazerne neemt hij actief deel aan de revolutionnaire activiteiten.
Tijdens zijn verblijf in Mexico zal Fidel Castro meer dan eens beroep doen op Gino om geld over te maken aan de verbannen strijders, een vertrouwenspost vergemakkelijkt door zijn Italiaans paspoort. In 1955 wordt hij schatbewaarder van de Beweging 26 Juli in Santa Clara en Fidel doet verder beroep op hem voor de transfer van dollars voor de aankoop van wapens en uitrustingen.
Ter gelegenheid van een ontmoeting met Fidel in Mexico stelt deze laatste hem vragen over de strijd tegen de nazis en tegen Mussolini. Hij duidt hem dan ook aan als deelnemer voor de expeditie van de Granma, met de graad van luitenant verantwoordelijik voor de achterste linie, onder bevel van Raúl Castro, gezien zijn ervaring in de strijd van de partisanen in Italië.
Men geraakt zijn spoor kwijt tijdens de gevechten na de ontscheping en hij wordt gemeld als overleden in de strijd. In feite slaagt Gino erin met enkele manschappen de gebertezone te bereiken, en wordt ingehaald door kapitein José Smith Corona en enkele andere rebellen. Hij verlaat de groep en slaagt erin clandestien naar Mexico terug te keren. Bedreigd door huurlingen van Batista moet hij Mexico verlaten en doorloopt Venezuela, Australië, Griekenland, Indochina, om uiteindelijk naar Cuba terug te keren in 1958.
Na de triomf van de Revolutie.
Na de overwinning eist hij geen enkel privilige op en blijft in contact met de commandant Jesus Montané Oropesa die hij af en toe zal blijven ontmoeten en die zijn gastheer is voor de viering van de 40e verjaardag van de ontscheping van de Granma.
In 2003 keert Gino terug naar San Doná in Italië, maar blijft permanent in contact met Cuba. In 2004 neemt hij deel aan de 1 mei betoging in Havana. Hij viert zijn 80 jaar in de Club Italië-Cuba in Veneto. Voor zijn 81e is hij de gast van het Fonds Ernesto Che Guevara in Firenze. Hij viert zijn 82 in de lokalen van de Vereniging Italië-Cuba in Bologna.
In 2006 neemt hij nog deel aan de 50e verjaardag van de ontscheping van de Granma. Tijdens dit bezoek ontmoet hij Fidel Castro en doorloopt een ruim bezoekenprogramma ingericht door het ICAP (Cubaans Instituut voor Vriendschap met de Volkeren).
Op 22 maart 2008 sterft hij in Italië. Kort voor zijn overlijden had hij gevraagd dat zijn asse in Cuba zou begraven worden. Het zal het geval zijn op 2 december 2023, voor de 67e verjaardag van de ontscheping van de Granma.
De enige Europeaan die deelnam aan de heroïsche expeditie van de Granma rust nu, na een avontuurlijk leven, met zijn Cubaanse strijdmakkers.
Bronnen :
Deze biografie van Gino Doné is ingekort en vertaald op basis van :
* * *
MUZIEK : DAYRON ORTIZ EN DE TROPA, EEN EXPLOSIEVE GROEP.
Anne Delstanche
Op 22 oktober stelde de vzw « Belmemoire » een concert voor van Dayron Ortiz in het Cultureel Centrum van Evere. Een verbazende ontdekking, een moeilijk te catalogeren musicus, een ogenblik werkelijk genot.
Dayron Ortiz, gitarist en componist, is de directeur van de groep met deelname van de bassist Julio Cesar Ochoa, de percussionist Armando Osuno Gradaille (Mandy) en de violoniste Gabriela Díaz.
In dit quator staan op de scene verschillende types gitaren en electrische bass, begeleid door pauk, viool en afro-cubaanse percussie, voor de voorstelling van een bijzonder muzikaal product dat internationales genres zoals jazz, funk, blues en rock, combineert met een ruime waaier van rythmes eigen aan de Cubaanse muziek, een combinatie van moderniteit en traditie.
De officiële start van de groep had plaats op het festival Jazz Plaza in 2022, in het theater Bertolt Brecht. Zij werden geciteerd voor de prijs Cubadisco 2022 in de categorie Opera Primo en instrumentale muziek, en werden ook bekroond in deze laatste categorie met de CD SER.
Toen Dayron Ortiz instapte in het Conservatorium Amadeo Roldán had hij nog nooit gitaar gestudeerd, wel schermen, theater, boekhouding, en soms wenste hij baseballspeler te worden. Hij moest « Mamina » overtuigen om hem een gitaar te kopen, deze die verkocht worden bij Arte op de Rampa, voor 50 cuc. Hij begint dan particuliere lessen met Mayra Cruz, harmonie en solfège.
Als kind werd hij vooral aangetrokken door de percussies bij zijn oom Juan Pablo, waar er veel muziek was en hij hem keek studeren. Zijn oom nam hem mee op zijn moto naar het Jazz Café om te luisteren naar het Habana Ensemble. Dayron was zestien toen deze wereld hem boeide. Juan Pablo schenkt hem dan een plaat van Pat Metheny, een ware ontdekking voor Dayron.
Tijdens zijn eerste lesjaar in de Amadeo krijgt hij de kans te spelen met Roberto Luis en Lynn Milanés ; hij ontmoet Elmer Ferrer die hem helpt zijn eerste electrische gitaar te kopen aan een schappelijke prijs. Elmer heeft veel medegewerkt aan beweging voor de gitaar in Cuba. Hij had aldus het geluk alle uitzonderlijke musici te ontmoeten en te genieten van hun invloed.
Later zal hij cursussen volgen met de concertpianist Joaquín Clerch, daarma met Melvis Santana -stichter van het quator Sexto Sentido- met wie hij contact opneemt voor zijn nieuw project. Hij deelt een concert met de pianist Dayramir González. In volle bewustzijn dat populaire muziek zijn toekomst was.
Zoals hij het verklaarde in een interview : « Mijn enige wens was dat musici mijn werk erkenden ».
Toen veranderde alles in zijn leven met het overlijden van Mamina.
Voor hem is er een Dayron van voor en van na het overlijden van zijn moeder. En vanaf toen apprecieerde hij meer en meer war hem overkwam.
« Ik heb begrepen dat ik alles moest doen voor haar. Op een dag heb ik de percussionist Alejandro Aguiar ontmoet, die mij vertelde dat Frasis, onder de directie van Roxana Iglesias, een gitarist zocht voor een concert in de Fabrica de Arte Cubano (FAC). Zij stelde mij dan voor niet alleen deel te nemen als guitarist maar ook als bewerker. Ik had nooit geschreven voor snaren, maar ik zij ja : « Ik zal bewerkingen doen voor u ». « Toen heb ik mij volledig ingeschreven in de muziek. »
Rond 2020 dringt Alejandro Gutiérrez aan « Ik denk dat het tijd is om uw muziek op te nemen ». Komt dan de eerste opname van « Lluévete », de eerste single van het eerste album, « Ser » (Egrem, 2022).
La Tropa. Dit is de naam die Dayron voorstelt voor deze vier man sterke groep : Gabriela Díaz aan de viool, Julio César Gonzùalez aan de bass, Armando Osuna aan de percussies, en hemzelf aan de gitaar. « Ik poogde er geen typisch gitaarquartet van te maken, waar alle stukken op gitaar steunen. Ik verdiepte mij in de studie van dit instrument in Cuba en besefte dat alles draaide rond de gitaar. »
« Ik zocht inspiratie bij alle invloeden die ik onderging en ik besliste mijn eigen geschiedenis te scheppen. Ik beschouw mij niet als een jazzmen en niet als een rocker, Ik beschouw mezelf als een musici en ik besliste dat dat mijn project al mijn invloeden moest verdedigen. »
« Viool heeft een eigen geschiedenis en men kan er veel mee bereiken. Wanneer ik begon mijn groep te bedenken dacht ik ; met een saxofoon ga ik in het typisch jazzquartet vallen, hetzelfde met een trompet. Ik was toen heel dicht bij de viool gezien mijn samenwerking met William, met Frasis.
Mijn vriendin is violoniste, ik vroeg haar te testen en te zien wat viool kon bijbrengen in de compositie, zij speelt geen klassieke viool. Wat mij boeit zijn instrumenten die niet terzelfdertijd spreken, dat wanneer iemand improviseert de andere de harmonie houden, de melodie, het ritme dat ze spelen. Ik vraag mij steeds af hoe te bereiken dat deze instrumentale muziek begrepen kan worden door iedereen . »
« Het lied « Soy » heb ik geschreven tijdens een black out en ik had eerst niet de bedoeling Telmary uit te nodigen. Toen ik het schreef liet ik mijn gitaar vallen en opende ik Facebook. Plots verscheen Vizcaíno Jr. met een ritme op de batterij. Het stond mij aan ik maakte een video op mijn smartphone en begon gitaar te spelen bovenop, ik besefte dan dat ik meer afrosonoriteiten kon geven aan het lied. Idee van het album : waar komen wij van ? Wa t zijn onze invloeden, onze voorouders ? Toen dacht ik eraan Telmary te contacteren. »
« Dreaming of you, met Ernán López-Nussa, is een lied dat ik componeerde voor mijn moeder. In alles wat ik doe is er altijd een dosis liefde en gevoel voor haar. »
Na twee annulaties van zijn concerten, o.a. de dag van de ontploffing in het hotel Saratoga in Havana, slaagde Dayron er in zijn liedjes en zijn eerste album voor te stellen in het teater Bellas Artes, evenals andere nieuwe liedjes die nog niet op plaat staan.
Tijdens zijn carrière heeft Ortiz gewerkt met meerdere kunstenaars en groepen rock, rap jazz en populaire muziek, waaronder Doble Filo, Telmary y Habana Sana, Haydee Mílanes, Rochy, Dayramir González en Habana Entrance.
Een veelbelovende jonge kunstenaar, te ontdekken.
Enkele stukken te beluisteren op internet :
° Monte adentro :
° A la Macheteeee :
° Suegrandando :
° A Mamina :
* * *
CUBANEN HEBBEN HET WOORD.
DE ONDANKBAREN.
M. Sc. Antonio García Martínez
De vrijheid van denken is een mensenrecht ingeschreven in de Universele Verklaring van de Mensenrechten die Cuba onderschrijft. Bijgevolg kan elke burger vrij denken wat hij wil. Wij zijn niet verplicht allemaal hetzelfde te denken en te doen. Wat niet kan aanvaard worden is dat, op basis van dit recht, sommigen het recht opeisen om wetten aangenomen in het het land te overtreden door daden uit te voeren die de juridische normen van de natie verkrachten.
Wanneer ik op de sociale netten notas, berichten, artikels, toespraken of andere mededelingen tegen de revolutie lees, of aanvallen op wat gedurende in meer 60 jaar verwezenlijkt werd, zelfs oproepen voor een militaire tussenkomst in ons eiland, dikwijls door jongeren die het eiland hebben verlaten na het bekomen van een niveau middelbaar onderwijs, een universitair diploma, een beroep of een stiel, kan ik mij niet beletten ze te minachten.
In dit land is iedereen vrij uit te wijken naar om het even welk land dat hem wil ontvangen, de Cubaanse regering belet dit niet en verbiedt dit niet. Het is een recht waarover iedereen beschikt. Ik bekritiseer dit niet, maar éénmaal in het buitenland beginnen ze ons politiek en sociaal systeem te denigreren, dat wij hebben aangenomen met een vrije en soevereine wil. Ik denk dat dit een echte miskenning is, want als zij vandaag een niveau hebben van studies of beroepsvorming, dan is dit omdat ze het hier hebben behaald. Wij zouden hen moeten vragen wat het hen koste, aan hen of aan hun families, om dit niveau te bereiken. Wij zouden hen ook moeten vragen wat de preventie van hun gezondheid heeft gekost. Wij weten dat het hun niets gekost heeft, want dat alles is hier gratis.
Ik denk dat voor elkeen met een minimum aan eerlijkheid en oprechtheid in zijn gedrag het minste dat hij zou kunnen doen is erkentelijk zijn voor de voordelen waarvan hij heeft kunnen genieten in zijn land, zijn geboorteland.
Het niet erkennen en zich uitspreken met haat tegen zijn vaderland, dat zijn vorming en zijn gezondheidsniveau verzekerde waarvan ze nu genieten is ondankbaar. En zoals Simón Bolívar, de bevrijder, het uitte « ondankbaarheid is het grootste misdrijf dat een persoon kan plegen. »
Ik voel geen minachting voor diegenen die hun land verlaten, een recht waarover iedereen beschikt, maar jawel, ik voel minachting voor de ondankbaren die niet erkennen wat Cubaanse natie voor hen heeft gedaan.
Bron : https://razonesdecuba/los-ingratos/- 10 januari 2024.
EEN KRITISCHE BEDENKING. DENKEN AAN CUBA.
José Ernesto Nóvaez Guerrero
Vandaag aan Cuba denken stemt niet overeen met denken aan om het even welke breedtegraad. Cuba is een klein eilandje van de Caraïben dat, sinds 65 jaar, poogt een alternatief economisch, sociaal en politiek systeem op te bouwen, alternatief t.o.v. de overheersende internationale orde. Deze bijzonderheid een tegenstrooms land te zijn betekend dat ons denken noodzakelijk, het denken dat wij nodig hebben in de huidige omstandigheden, ook een tegendraads denken is, of om de Italiaanse marxist Antonio Gramsci te citeren, een anti-hegemonisch denken.
Dit is gemakkelijker te zeggen dan te doen. Wij zijn omsingeld door de kapitalistische moderniteit wiens logica ons op alle vlakken aanvalt. Van de ruime productie van de industriële cultuur (televisie, film, sociale netten) tot de aantrekkelijke producten van een irrationele verbruikszucht die gans het economisch systeem beheerst.
Denken aan Cuba omvat dan ook een denken voor Cuba, dat moet starten met een de kritiek te onderwerpen aan een status quo die ons als normaal wordt beschreven. Concepten in vraag stellen waarop men poogt de kapitalistische voorstelling die men ons overmaakt als normaal te beschouwen. Bijvoorbeeld begrijpen dat democratie meer is dan de burgerlijke democratie en zijn meerpartijen systeem, maar dat zij, in een diepere zin, de opbouw is van een samenleving waar mogelijkheden bestaan voor de ware menselijke ontwikkeling van alle individuen, onafhankelijk van hun oorsprong of elk ander type van discriminatie.
Het gaat erom de logica van een economische orde in vraag te stellen, die van de winst de enige maatstaf maakt voor de dingen, zonder rekening te houden met de menselijke kost en het milieu
impact van het proces. Een logica die op een versneld ritme de basissen van het leven zoals wij ze kennen op de planeet op de helling zet. Een, orde waar één percent van de wereldbevolking ontelbare winsten boekt, waar de rijkste maatschappijen consumptiemodellen vooropstellen die absurd zijn, en waar in 2023 meer dan een miljard mensen honger lijden.
Maar het gaat er niet alleen om in te gaan tegen de hegemonische logica van het kapitaal, maar ook met verantwoordelijkheid kritiek te uiten over alles wat verkeerd verloopt in het revolutionnair proces. Kritiek geven op alles dat ervaren wordt als een nefaste praktijk en op alle ideologische toegevingen die, zonder er de indruk van te geven, de verderzetting van het proces compromitteren.
Maar kritiek geven op een wijze die niet schaadt aan wat wij moeten verdedigen.
Het socialisme in Cuba is de synthese van de twee historische verzuchtingen van de natie sinds de 19e eeuw : de nationale soevereiniteit en de sociale gerechtigheid. Nochtans is ons socialisme verre van perfect. De vijandelijkheid van het amerikaans imperium, de gemaakte fouten, de economische onvolmaaktheid, enz. lieten breuken die wij moeten helen en tegenstellingen die we moeten oplossen.
Denken aan Cuba is dit doen met een inzet t.o.v. een geschiedenis, een identiteit, een politiek project en tegen het onrecht dat heerst op wereldvlak. Het is een bevrijdings oefening : tegen het colonialisme, de onderontwikkleing, de armoede, de ongelijkheid.
En dit denken aan Cuba moet zich bevestigen en zich ontwikkelen, binnen het eiland, in permanente strijd met dit andere denken dat, alhoewel geboren op deze gronden en dikwijls verstopt met libertaire accenten, niets anders is dan een ander ogenblik een denkstroom van de wereldoverheersing.
José Ernesto Nóvaez Guerrer is een Cubaans schrijver en joernalist, lid van de vereniging Hermanos Saíz (AHS), coördinator van de Cubaanse ploeg van het Net voor de Verdediging van de Mensheid en rector van de Kunstenuniversiteit.
Bron : https://resumenlatinoamericano.org/2024/01/13/pensamiento-critico-pensar-por-cuba/
* * *
LIBROS
Freddy Tack
Salim Lamrani
Au nom de Cuba. Regard sur Carlos Manuel de Céspedes et José Martí.
L’Harmattan, Paris, 2023 – 128 pag.
Salim Lamrani is wel bekend bij de Vrienden van Cuba voor de talrijke boeken die hijn uitgaf, o.a. over de « vijf », de blokkade, de relaties Cuba-VS, e.d.m. Hij publiceerde ook talrijke artikels over verschillende onderwerpen betreffende Cuba, gaf conferenties en nam deel aan debatten, ook in België.
Hij is doctor in Iberische en Latijns-Amerikaanse Studies aan de Sorbonne, conferencier aan de Universiteit van de Réunion over Latijns Amerikaanse geschiedenis, en specialist van de relaties Cuba-VS. Hij is ook jurylid geweest voor de prestigieuse prijs van de Casa de Las Américas.
In dit boek benadert hij twee historische figuren : Carlos Manuel de Céspedes en José Martí.
Twee vooraanstaande figuren in de onafhankelijkheidstrijd van de Cubanen, een dertigjarige strijd tegen een verschrikkelijk Spaans colonialisme. Voor beiden geeft de auteur een biografie en de rol gespeeld door deze twee onafhankelijkheidsstrijders in de bevrijdingsoorlogen, van 1968 tot 1998.
Twee figueren die alles hebben opgegeven, hun familie, hun rijkdommen, hun leven, in deze strijd van het Cubaanse volk voor zijn soevereiniteit en zijn vrijheid.
Het boek is eerder kort en zeer gemakkelijk leesbaar. Het bevat veel anecdotes en citaten van de besproken figuren. Hij onderlijnt ook de rol van Céspedes in de afschaffing van de slavernij onder de Spaanse onderdrukking, en deze van Martí in de zoektocht naar en verwezenlijking van de eenheid van de onafhankelijkheidsstrijders. Lamrani citeert een visoionait beeld van Martí, uit een brief aan zijn vriend Gonzalo de Quesada, op 29 oktober 1889 : « Op ons land, Gonzalo, is er een meer duister plan dan hetgeen we tot nu toe hebben gekend : de schandalige onderneming om het eiland te verplichten in oorlog te gaan, om een voorwendsel te hebben om tussen te komen, en met het krediet van mediator en borgstaander, het land in te palmen. Er bestaat geen grotere valsheid in de annalen van de vrije volkeren. »
Een voorgeveoel dat enkele jaren later werkelijheid zal worden, inbreuk makend op de overwinning van de independantisten en het land blootstellend aan de economische en politieke overheersing van de VS tot einde 1958. Want het is slechts met de overwinning van de rebellen onder leiding van Fidel Castro Ruz dat het land een ware onafhankelijkheid zal veroveren.