Muziek en dans

Muziek en dans

muziek

Naast de sigaren en de rum is muziek zowat het derde handelsmerk van Cuba geworden. Verschillende muziekstijlen zoals de son, de mambo en de salsa zijn internationale muziekstijlen geworden door hun unieke vermenging van ritme en melodie.

Het ritme in de muziek is voor het grootste deel terug te voeren op de Afrikaanse oorsprong van een groot deel van de bevolking. De slaven die naar het eiland gebracht werden, brachten hun natuurlijke gevoel voor ritme en dans mee. Dat pure ritme is nog het sterkst hoorbaar in de rumba, die in de 19de eeuw opkwam onder de vrije slaven op Cuba. Deze muziek werd gespeeld met zelfgemaakte en simpele instrumenten: voor de authentieke rumba, die in de steegjes van Havana nog te beluisteren valt, zijn dat kisten, dozen en pannen.

Onder invloed van de melodieuzer Europese salonmuziek en door de toevoeging van blaasinstrumenten en de piano ontwikkelde deze pure volksmuziek zich in de 20ste eeuw tot populaire en nationale dansmuziek. De merengue, maar vooral de nieuwe Cubaanse muziekstijlen, zoals de rumba, cha-cha-cha en de son, veroverden de danspaleizen in de wereld. In de jaren vijftig zetten Cubaanse orkesten de toon met hun mambo in de Amerikaanse en later ook Europese ballrooms.

In de jaren zestig waaiden de jazz vanuit de Verenigde Staten en de samba en bossanova uit Brazilië over naar het Caribische gebied. Uit de kruisbestuiving van die verschillende stijlen swingende muziek werd de salsa geboren, gespeeld door een orkest met een uitgebreide blazerssectie en percussie.